Ok, even met ‘de billen bloot’.
Jaloezie, ‘kutnijd’… Niet iets om trots te zijn, maar laatst realiseerde ik me dat ik er wel aan doe. Vooral als een vrouw iets (goed !) doet wat ik eigenlijk graag zou willen doen/zou willen kunnen. Yoga en mediteren, bakken, koken, knutselen met de kinderen en zich níet ergeren aan de troep, gezond eten, een boek schrijven, …
Hoe ik daarop reageer? Ogenschijnlijk super sympathiek: ‘Wat knap, ik benijd je erom!’, maar van binnen veroordeel ik haar, maar ook mezelf. ‘Waarom doe ik dat niet?’, ‘Ja, zij heeft makkelijk praten.’, ‘Wat een saaie m#ts.’ ‘Ik ben misschien wel gedisciplineerd, maar talent… ho maar!’

En natuurlijk weet ik wel: ieder zo zijn talenten. En als we die van elkaar kennen en benutten, is dat geweldig. Sterker nog: hoe fijn is het om te genieten van het talent van een ander? Het lezen van een mooi verhaal, het kijken van een mooie film, het genieten van een kunstwerk, het toejuichen van een geweldige sportprestatie. Hoe komt het dan, dat ik soms met afgunst kijk naar degene die presteert? En ja, dat heb ik vooral bij vrouwen.

Het schijnt dat mijn gedachtes passen bij het krabbenmand-effect. Stop je één krab in een mand? Dan klautert hij er makkelijk uit. Maar als er meerdere krabben in een mand zitten, trekken zij elkaar steeds weer naar beneden.
Ik schaam mij diep, maar (soort van) geruststellend: dit is blijkbaar wat wij als vrouwen bij elkaar doen. Waarom? Geen idee. Want dit helpt ons toch geen van allen? Rationeel kan ik er niet bij. Ik probeer mij dan ook te corrigeren als ik merk dat ik een succesvolle vrouw niet louter toejuich, maar stiekem ook veroordeel. Rationeel wil ik haar juist graag een zetje geven en de krabbenmand uit helpen. Maar blijkbaar zit er iets in mij (en in veel vrouwen) dat de ander naar beneden trekt.

Stom! En schaamtevol. Dus ik ga het weerwoord aan de krab in mij steeds luider laten spreken. Zo ga ik, vandaag nog, een boek kopen dat is geschreven door een talentvolle vrouw bij mij uit de regio. Wij hebben elkaar wel eens ontmoet, kennen elkaar niet, maar ik benijd haar. Zij heeft een boek geschreven en ik (nog) niet.
Wat ga jij doen om de ander niet meer naar beneden te trekken, maar juist aan te moedigen?